Historie veranderingen zorgstelsel

Historisch overzicht van de veranderingen in het Nederlands zorgstelsel

Het is tegenwoordig vanzelfsprekend dat iedereen terecht kan bij de huisarts en voor specialistische zorg naar het ziekenhuis kan. Dit is echter niet altijd zo geweest. Het Nederlandse zorgstelsel heeft de afgelopen eeuw veel veranderingen doorgemaakt.

Ontstaan ziekenfonds

In 1846 kregen verzekeringsnemers de kans om zelf hun arts te kiezen. Dit kwam door de oprichting van het Algemeen Ziekenfonds Amsterdam (AZA) door apothekers en artsen. Ook werd er een inkomensgrens voor verzekeringsnemers geïntroduceerd. Hiermee werd voor het eerst een onderscheid gemaakt tussen de ziekenfondssector en de particuliere sector.

Opkomst arbeidersbewegingen

In 1874 scheidde een groep Amsterdamse timmerlieden zich uit onvrede af van het AZA. Ze richtten het Algemeen Onderling Ziekenfonds Door en Voor Werklieden op. Dit was het begin van de opkomst van meerdere arbeidersbewegingen die voor hun eigen zorgvoorziening opkwamen en gingen zorgen. Omstreeks 1900 begonnen werkgevers ziekenfondsen voor hun personeel op te richten.

Bemoeienis overheid

De eerste overheidsbemoeienis rondom het zorgstelsel kwam in 1905. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Geneeskunde (KNMG) werd opgericht. Via deze instelling konden lagere inkomens gebruik maken van regelingen en zorgcontracten. Dit waren de eerste algemene zorgverzekeringspakketten. Niet alle zorg was echter via deze pakketten geregeld, bij ziekenhuisopname moest je nog steeds beroep doen op de Armenwet.

Tweede Wereldoorlog

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was twee derde van de Nederlanders verzekerd. Uiteindelijk is het algemene en verplichte ziekenfonds door de Duitse bezetter ingevoerd. Dit was het Ziekenfondsenbesluit van 1941. Het zorgsysteem was dan ook gebaseerd op het Duitse zorgstelsel de `Krankenkasse`. Alle werknemers onder een bepaalde inkomensgrens werden verplicht om zich te verzekeren.

De identiteit van verzekeraars

Tot 1960 werd alles rondom de zorgverzekering geregeld door ziekenfondsboden. Deze boden waren het gezicht van de verzekering. Toen in 1960 de giro kwam en het contant uitbetalen van de loon verdween, verdwenen ook de zorgboden. Hiermee waren de ziekenfondsen ook meteen hun identiteit kwijt. Tot het begin van de 21e eeuw waren er ruim 200 van deze kleine ziekenfondsen. In 2007 waren er uiteindelijk nog 15 verzekeraars over.

Het nieuwe zorgstelsel

Al in 1974 begon de discussie over het contrast tussen particulier en via een ziekenfonds verzekeren. Dit werd uiteindelijk pas op 1 januari 2006 opgelost met de invoering van het nieuwe zorgstelsel. Dit is het zorgstelsel zoals we die nu kennen. De basis van het dit zorgstelsel is dat burgers verplicht zijn om zich te verzekeren en dat verzekeraars je moeten accepteren. Het verschil tussen particulier- en ziekenfonds verzekeren verdween.

Eigen risico

Twee jaar na de oprichting van het nieuwe zorgstelsel werd de regeling van het eigen risico ingevoerd. Dit eigen risico is door de jaren heen steeds iets gestegen (2011: € 170; 2012: € 220; 2013: € 350; 2014: € 360, 2015: € 375, 2016: €385, 2017: €385, 2018: €385). Voor die tijd werd er gewerkt met een no-claimregeling. Wanneer je minder dan het no-claimbedrag verbruikte, kreeg je in het nieuwe jaar geld terug van je zorgverzekering. Nog steeds wordt er jaarlijks door de regering gekeken of er wijzigingen doorgevoerd moeten worden in het zorgstelsel.

© 2005 - 2017 Studenten-Zorgverzekeringen.nl | Cookies | Partners | Hoe werken wij? | Privacy | Disclaimer.